Marquee
Het Van Oeckelen-orgel
in de KLEINE KERK van STEENWIJK
JAN SMELIK
hymnoloog - musicoloog

Al dertien jaar later was een ingrijpende reparatie aan het orgel noodzakelijk. De oorzaak van het defect werd veroorzaakt door een lek in een gasleiding die men even tevoren dwars door het orgel had aangelegd. Tja, zo’n leiding moet toch ergens lopen...
In de twintigste eeuw hadden onder meer A. Standaard te Rotterdam, L. Verschueren te Heythuysen en P. van Dam te Leeuwarden en Fa. Flentrop te Zaandam het instrument in onderhoud. Het orgel werd nooit ingrijpend hersteld of gewijzigd.

Op de panelen aan de achterzijde en de linkerzijde (gezien vanuit de kerk) van de orgelkas hebben organisten, orgelstemmers en orgeltrappers anderen hun naam opgeschreven, vaak vergezeld van  een datum. Op de foto hieronder staan de namen van Clara en Geertruida Godefroy (19 juli 1901). Het waren twee dochters van Jan Godefroy, die van 1880 tot 1921 organist was van de hervormde gemeente te Steenwijk. Zij schreven hun namen op de kas aan de linkerzijde van het orgel (zie linkerfoto hieronder). Hoewel daar vandaag de dag niemand meer komt, is het logisch dat de dames Godefroy daar wel vaak vertoefden. Op het balkon aan de linkerkant bevond zich namelijk de trapinrichting voor de windvoorziening. Voordat de elektrische windmotor er was, waren er balgentreders (calcanten) nodig die op het linkerbalkon de hefboom voor de windvoorziening moesten bedienen. De oorspronkelijke trapinrichting (waarvan de hefboom op de rechterfoto hieronder te zien is) is nog steeds aanwezig, maar wordt nooit meer gebruikt: er is in de twintigste eeuw een windmachine geplaatst het linkerbalkon.
orgel10 orgel05 kleinekerk13
Literatuur

Peter van Dijk, 'De betekenis van de orgelmakerij Van Oeckelen', Het Orgel 100/4 (2004) 27-46

Een sieraad voor de stad. De geschiedenis van de Kleine Kerk te Steenwijk. Uitgave: Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) Steenwijk & Werkgroep Restauratie Kleine Kerk, 2002.

J. ter Steege, 'Zij hielden de lofzang gaande". Over orgels, organisten en orgeltrappers van de Hervormde Gemeente in Steenwijk. Kampen 1992.

Toen de vrijgemaakt-gereformeerden de kerk in 1993 kochten, verkeerde het orgel in deplorabele toestand. De uitvoering van een restauratieplan werd in 2001 gestart door de firma Bakker & Timmenga te Leeuwarden en werd in 2002 voltooid. Aart van Beek trad bij deze restauratie als adviseur op.
Bij de restauratie is het instrument naar de oorspronkelijke aanleg geconserveerd. Alleen aan de beide windladen werd iets toegevoegd: door het grote gewicht van het pijpwerk dat erop staat, waren de laden doorgezakt. Bij de restauratie zijn de laden verstevigd met een dekplaat aan de onderzijde. Tevens werd een nieuwe windmachine geplaatst, die de oude uit 1955 verving.
Het pijpwerk werd hersteld, waarbij vooral de frontpijpen aandacht vroegen, omdat ze bijzonder smerig en vlekkerig waren door onder meer uitwerpselen van vleermuizen. Nadat de pijpen gereinigd waren, werden de labia opnieuw verguld.
orgel12 orgel11
Geschiedenis van het orgel
Het Van Oeckelen-orgel dateert uit 1880 en heeft een paar voorgangers gehad. Mogelijk had de kerk reeds aan het einde van de zestiende eeuw een orgel. Als dat zo is, was het instrument in1656 in elk geval aan vervanging toe, want in dat jaar kreeg Antony Abbing Stuit opdracht een orgel met acht stemmen te bouwen, dat een jaar later in gebruik werd genomen. Verschillende orgelbouwers als Jan Harmens, Albertus Anthoni Hinsz en Carel Torenberg werkten aan het instrument.
In de loop van de negentiende eeuw raakte het orgel ernstig in verval. In 1864 was het onbespeelbaar geworden en schafte men een harmonium aan. Dat instrument beviel echter niet en in 1878 kreeg orgelbouwer Petrus van Oeckelen en Zonen de opdracht een nieuw orgel te bouwen.
In hetzelfde jaar overleed Petrus van Oeckelen (1792-1878), die overigens in 1860 in de Grote Kerk van Steenwijk zijn grootste instrument gebouwd had. Na de dood van Petrus werd zijn bedrijf overgenomen door zijn zoons Cornelis Aldegundis (1829-1905) en Antonius (1839-1918). Zij hebben het instrument voor de Kleine Kerk gebouwd.
Het orgel telt twee klavieren met respectievelijk negen en zeven stemmen. De claviatuur is aan de rechterzijkant (gezien vanuit de kerk) aangebracht. Het pedaal is aangehangen (heeft geen eigen registers).
Peter van Dijk heeft in Het Orgel (jrg 100/4 - juli-augustus 2004,27-46) geschreven dat de klank van de orgels van Petrus van Oeckelen verwijst naar die van Groningse orgels uit de achttiende eeuw. Zijn zoons orgels bouwden instrumenten met meer achtvoetsregisters. Deze instrumenten werden hoger aangeslagen door iemand als Jan Godefroy, die van 1880 tot 1921 organist te Steenwijk was. Vergeleken met andere orgelmakers, zoals Maarschalkerweerd, waren de Van Oeckelens niettemin conservatief. Gedurende de eeuw dat het bedrijf bestond en er ongeveer honderd orgel gebouwd werden, is er dan ook een duidelijke eigen stijl te herkennen.
Als een zeer karakteristiek instrument voor een orgel van de zonen Van Oeckelen noemt Van Dijk het instrument in de Kleine Kerk van Steenwijk met zijn rijk palet aan grondregisters en een (deels overblazende) fluit (Pikelo). Opmerkelijk is neo-gotische front van het orgel, die we voordien ook aantreffen bij een aantal Van Oeckelen-orgel uit 1873. De groeiende belangstelling in de negentiende eeuw voor de Middeleeuwen kreeg visueel gestalte in de neogotiek. Als het waar is dat de rationele neogotiek (vanaf ca. 1850) vrijwel exclusief gebruikt werd door en voor rooms-katholieken (anders dan de vroege neogotiek, die ook wel bij protestantse gebouwen gebruikt werd), dan is het opmerkelijk dat dergelijke orgelfronten in protestantse godshuizen geplaatst werden. Of zou het een ondeugendheidje geweest zijn van de oude Van Oeckelen die immers rooms-katholiek was…Bij de bouw van het orgel leverde de orgelbouwer overigens ook het portaal onder het orgel (d.i. de ingang aan de westzijde) in dezelfde neogotische stijl als het orgel zelf. Overigens is niet geheel vast te stellen of Van Oeckelen de kas en het portaal zelf vervaardigde. Waarschijnlijk was het werk uitbesteed aan een schrijnwerker. De gietijzeren spiltrap naar de orgelgalerij dateert uit hetzelfde jaar als het orgel en portaal: 1880.
orgel01 orgel04 orgel02
orgel06 orgel07
Foto rechts: pijpwerk van het Hoofdmanuaal. Foto links: pijpwerk van Bovenmanuaal.
DISPOSITIE
 
Hoofdmanuaal (C-f3) Bovenmanuaal (C-f3)
Bourdon 16 voet Violoncel 16 voet disc.
Violon 16 voet disc. Holfluid 8 voet
Prestant 8 voet Quintadena 8 voet
Holpijp 8 voet Salicionaal 8 voet
Octaaf 4 voet Viola di Gamba 8 voet
Spitsfluit 4 voet Fluit 4 voet
Quint 3 voet Pikelo [2 voet]
Octaaf 2 voet
Trompet 8 voet (B/D - deling tussen c en cis in het klein oktaaf)

Pedaal (C-d1)
aangehangen


Manuaalkoppel
Afsluiting Hoofdmanuaal
Afsluiting Bovenmanuaal
Windlosser

Toonhoogte: A1 = 445 Hz
Winddruk: 85 mm Wk
Stemming: evenredig zwevend